chamsa

Lichaamsgericht werken

In de reguliere GGZ wordt veel aandacht besteed aan het praten, terwijl uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat meer dan 70% van alle expressie en communicatie non-verbaal is. Bij het lichaamsgerichte werk ligt de nadruk niet op het praten maar meer op het ervaren.
Dit maakt deze behandelvorm geschikt voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij hebben nl. moeite om hun gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Daarnaast is het overstijgend denken / voorstellingsvermogen beperkt en leren zij dus vooral door te ervaren wat betekent dat zij veelal gewoon ergens aan beginnen en wel zien of en waar het schip strand.
Ieder mens heeft een lichaam, en je lijf leeft. Het lichaam reageert voortdurend, op prikkels van buitenaf, maar ook prikkels vanuit jezelf, je gevoelens en gedachten.
Iedereen heeft een lichaam dat reageert op de specifieke situatie van die specifieke persoon.
Deze specifieke situaties worden vertaald in lichamelijke ervaringen. Bv. Wanneer een client zich altijd figuurlijk in een hoek laat drukken, wordt hij/zij nu letterlijk in een hoek geduwd. De reactie van de client bepaalt natuurlijk hoe ver je hierin kunt gaan. Dan wordt de client gevraagd wat dit met hem/haar doet. Het wordt dus voelbaar, beleefbaar en bespreekbaar gemaakt. Vervolgens wordt gevraagd wat de client nodig heeft om hier minder of geen last meer van te hebben en dient hij/zij dit onmiddellijk in praktijk te brengen. In eerste instantie reageren zij veelal met een lichamelijke tegenreactie door in dit geval terug te duwen. Van daaruit kan worden ingegaan op gedrag wat meer geaccepteerd is.
Er ontstaat ruimte voor ander gedrag waardoor de cliënten meer lichamelijke, emotionele en mentale vrijheid ervaren.